Je wilt je kind helpen. Maar hoe doe je dat, als je zelf (nog) niet goed Nederlands spreekt? Het goede nieuws: je hoeft geen perfect Nederlands te spreken om je kind goed te ondersteunen. Taal begint thuis – en elke taal telt.
Of je nu Arabisch, Pools, Turks of een andere taal spreekt: jouw woorden zijn waardevol. Kinderen leren taal door te luisteren, te praten, en te spelen met woorden. En dat kan prima in jullie moedertaal.
Wat je zegt, is minder belangrijk dan dát je met je kind praat.
Het Nederlands komt op school en bij de opvang vanzelf op gang. Maar een beetje extra oefening thuis helpt. Ook als jij als ouder zelf maar weinig Nederlands spreekt.
Een moeder uit Eritrea las elke dag een prentenboek voor in het Tigrinya. Ze begreep weinig Nederlands, maar oefende elke avond met haar dochter drie Nederlandse woorden die ze op school had geleerd. Binnen een paar maanden sprak het meisje in korte zinnen – én in twee talen.
Je hoeft het niet alleen te doen. Vraag op school wat ze oefenen. Laat weten wat jij thuis ziet. En als je kind naar logopedie gaat: vraag om tips die passen bij jullie thuissituatie.
Weet: meertaligheid is géén probleem. Het is een kracht. Juist als je samenwerkt.
Ook zonder perfect Nederlands ben jij de belangrijkste taalmaat van je kind. Jij kent je kind het beste. Jij weet wat hem of haar blij maakt. En jij bent degene die elke dag opnieuw taal aanreikt – met liefde, aandacht en geduld.
Elke klank telt. Elke poging is een stap vooruit.
Meld je aan voor de laatste tips en adviezen dat je gelijk in de praktijk kunt brengen.