Logopedie nieuws

"Wat heb je vandaag gedaan?" Waarom sommige kinderen juist van deze vraag dichtklappen

"Wat heb je van­daag ge­daan?" Waar­om som­mi­ge kin­de­ren juist van deze vraag dicht­klap­pen


Je haalt je kind op van school."Hoe was het vandaag?""Goed.""Wat heb je gedaan?""Weet ik niet."Je probeert het nog een keer."Met wie heb je gespeeld?""Gewoon."En voordat je het weet, slaat de sfeer om. Je kind zucht, wordt boos, loopt weg of roept: "Hou op!"Misschien herken je dit. Je stelt een eenvoudige vraag, maar krijgt een reactie die je totaal niet had verwacht. Dan is het heel begrijpelijk dat je denkt: Waarom wordt mijn kind hier zo boos om? Ik stel toch gewoon een vraag?Voor volwassenen voelt dit als een normale vraag. Voor sommige kinderen is dat heel anders.Achter één vraag schuilen soms tien andere vragenWanneer jij vraagt: "Wat heb je vandaag gedaan?" lijkt het alsof je één simpele vraag stelt. In het hoofd van een kind kunnen er ondertussen allerlei andere vragen opkomen.Waar zal ik beginnen? Wat heb ik eigenlijk allemaal gedaan? Wat was belangrijk? Wat wil mama of papa horen? Welke woorden heb ik daarvoor nodig? En wat als ik iets vergeet?Nog voordat een kind iets heeft gezegd, is het hoofd al druk bezig om al die informatie te ordenen. Dat kost veel meer energie dan je aan de buitenkant ziet.Waarom zeggen sommige kinderen dan: "Weet ik niet"?Als ouder lijkt het soms alsof je kind geen zin heeft om iets te vertellen. Toch betekent "weet ik niet" lang niet altijd dat een kind niet wil praten.Soms betekent het eigenlijk: Ik weet niet waar ik moet beginnen. Of: Er gebeurt te veel tegelijk in mijn hoofd.Na een schooldag zit een kinderhoofd bovendien vaak al behoorlijk vol. Er zijn lessen geweest, gesprekken, geluiden, regels, nieuwe indrukken en sociale situaties. Tegen de tijd dat je kind in de auto zit of thuis op de bank ploft, is de batterij soms gewoon leeg. Juist op dat moment komt die grote, open vraag.Wat veel ouders niet weten, is dat antwoord geven op een open vraag eigenlijk een ingewikkelde taalvaardigheid is. Een kind moet gebeurtenissen onthouden, ze in de juiste volgorde zetten, bepalen wat belangrijk is, de juiste woorden vinden én die omzetten in een begrijpelijk verhaal. Dat vraagt veel van het werkgeheugen, de taalontwikkeling en de executieve functies. Juist daarom kan een simpele vraag veel ingewikkelder zijn dan hij lijkt.Boosheid is niet altijd onwilSommige kinderen reageren met boosheid wanneer iets moeilijk voelt. Niet omdat ze niet willen meewerken, maar omdat ze vastlopen.Vergelijk het eens met jezelf. Je hebt een lange werkdag achter de rug en iemand vraagt je ineens om alle belangrijke momenten van vandaag te vertellen. In de juiste volgorde, met genoeg details en zonder iets te vergeten. Ook jij hebt dan waarschijnlijk even tijd nodig om na te denken.Voor sommige kinderen voelt de vraag "Wat heb je vandaag gedaan?" precies zo. Alleen hebben zij nog niet de vaardigheden ontwikkeld om met die druk om te gaan.Het gedrag dat je ziet, is niet altijd het echte probleemJe ziet het zuchten. De boosheid. Het korte antwoord of het dichtklappen. Maar dat gedrag is vaak slechts het topje van de ijsberg.Daaronder kan veel meer schuilgaan. Misschien heeft je kind moeite om woorden te vinden, gebeurtenissen terug te halen of een verhaal logisch op te bouwen. Misschien is het lastig om hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. Of is het hoofd na een drukke schooldag simpelweg overprikkeld.Dat zie je niet aan de buitenkant, maar het bepaalt wel hoe een kind reageert.Soms lijkt het alsof een kind weinig wil vertellen, terwijl het eigenlijk niet goed weet hóé het moet vertellen. Dat verschil is belangrijk. Wanneer een kind moeite heeft met het organiseren van gedachten of het vertellen van een logisch verhaal, wordt dat thuis vaak pas zichtbaar tijdens dit soort dagelijkse gesprekken.Een logopedist kijkt niet alleen naar de woorden die een kind gebruikt, maar juist ook naar de vaardigheden die nodig zijn om een verhaal op te bouwen. Daardoor wordt vaak duidelijk waar een kind precies op vastloopt. Juist die inzichten kunnen ouders helpen om hun kind beter te begrijpen én beter te ondersteunen.Misschien heeft je kind eerst iets anders nodigAls ouder wil je graag horen hoe de dag is geweest. Dat is heel begrijpelijk. Toch heeft een kind soms eerst iets anders nodig voordat het kan vertellen.Even landen. Een boterham. Een glas drinken. Rust. Of een gesprek dat vanzelf ontstaat, zonder dat er meteen een uitgebreid verhaal verwacht wordt.Je kunt jezelf ook eens een andere vraag stellen. Niet: "Waarom vertelt mijn kind zo weinig?" Maar: "Welke vaardigheid maakt vertellen op dit moment eigenlijk moeilijk?" Die andere manier van kijken levert vaak verrassende inzichten op.Vaak merk je dat de verhalen later vanzelf komen. Tijdens het avondeten, onder de douche of vlak voor het slapengaan. En soms ontdek je dat je kind eigenlijk heel veel wil vertellen, maar moeite heeft om gedachten om te zetten in woorden.Achter gedrag schuilt vaak een verhaalAls ouder wil je begrijpen waarom je kind doet wat het doet. Misschien is dat wel de belangrijkste vraag die je jezelf kunt stellen.Want wanneer je anders naar gedrag leert kijken, verandert vaak ook je reactie. De boosheid voelt dan niet meer als onwil, maar als een signaal dat iets moeilijk is.Misschien zegt je kind, zonder het zelf te kunnen uitleggen:"Mijn hoofd weet het wel… maar ik krijg het er nu even niet uit."Dat is ook precies waarom het waardevol kan zijn om verder te kijken dan het gedrag alleen. Veel ouders denken bij een logopedist aan het uitspreken van klanken, maar logopedie gaat over veel meer dan dat. Ook taalbegrip, woordvinden, zinsopbouw, verhaalopbouw en het leren organiseren van gedachten spelen een belangrijke rol in de communicatie van een kind.Blijf je merken dat je kind vaak vastloopt tijdens gesprekken, regelmatig "weet ik niet" zegt of moeite heeft om gebeurtenissen onder woorden te brengen? Dan kan het waardevol zijn om eens met een logopedist mee te laten kijken. Niet omdat er direct iets mis hoeft te zijn, maar omdat een logopedist kan helpen ontdekken welke vaardigheden al goed ontwikkeld zijn en waar je kind misschien nog wat extra ondersteuning kan gebruiken.Soms blijkt dat een kleine verandering in de manier waarop je vragen stelt al een groot verschil maakt. En soms is er nét iets meer nodig om een kind te helpen zijn gedachten om te zetten in woorden.Want als je begrijpt waarom vertellen moeilijk is, kun je je kind ook veel gerichter helpen. En dat zorgt vaak niet alleen voor meer rust aan de keukentafel, maar ook voor meer zelfvertrouwen bij je kind.Bekijk onze Praatjuf Praatkaart voor na school en ontdek hoe kleine veranderingen in je vragen kunnen zorgen voor grote gesprekken.  

23 juli 2026
Waarom werken logopedisten met letterklanken bij kinderen met een spraakstoornis?

Waar­om wer­ken lo­go­pe­dis­ten met let­ter­klan­ken bij kin­de­ren met een spraak­stoor­nis?

"Mijn kind kan al een beetje lezen, maar zegt steeds kaa in plaats van /k/. Waarom oefenen jullie in de logopedie met de klanken en niet met de namen van de letters?"Dat is een vraag die we regelmatig krijgen.Voor kinderen met een ernstige spraakstoornis is het extra belangrijk dat de koppeling tussen een letter en een klank zo duidelijk mogelijk is. Daarom werken logopedisten meestal met letterklanken en niet met letternamen.Een letter heeft een naam én een klankElke letter heeft een naam. Zo heet de letter m em, de s heet es en de k heet kaa.Maar als we lezen, gebruiken we die namen helemaal niet. Dan gebruiken we de klanken:m → /m/s → /s/k → /k/p → /p/f → /f/Kijk maar naar het woord vis.We lezen niet:vee-ie-esMaar:/v/ - /i/ - /s/ → visHetzelfde geldt voor maan.We lezen niet:em-aa-aa-enMaar:/m/ - /aa/ - /n/ → maanLetters zijn dus de geschreven weergave van klanken.Waarom is dat zo belangrijk?Kinderen met een ernstige spraakstoornis hebben vaak moeite met het verwerken van spraakklanken. Sommige klanken worden vervangen door andere klanken, weggelaten of anders uitgesproken.Bijvoorbeeld:kat wordt tatvis wordt bissok wordt tokfiets wordt pietsJuist daarom willen we de koppeling tussen een letter en de juiste klank zo eenvoudig mogelijk houden.Als een kind leert dat:k = /k/is dat veel duidelijker dan:k = kaa = /k/Er komt dan geen extra stap tussen de letter en de klank.Maar mijn kind zegt die klank nog niet goedDat is helemaal niet erg.Een kind hoeft een klank nog niet goed uit te spreken om hem al te leren herkennen of lezen.Veel kinderen kunnen bijvoorbeeld de letter s aanwijzen wanneer ze /s/ horen, terwijl ze zelf nog /t/ zeggen. Of ze herkennen de letter r, ook al lukt het uitspreken van de /r/ nog niet.Door steeds de juiste letterklank te gebruiken, bouwen we aan een duidelijke verbinding tussen:horen;zien;lezen;en uiteindelijk ook spreken.Een voorbeeldStel dat een kind het woord sok uitspreekt als tok.Wanneer we de letternamen gebruiken, hoort het kind:es - oo - kaaMaar tijdens het lezen hebben we die namen helemaal niet nodig.Veel duidelijker is:/s/ - /o/ - /k/Zo leert een kind welke klank bij welke letter hoort, ook als het die klank zelf nog niet correct kan produceren.Wat doen we tijdens de logopedie?Tijdens de behandeling oefenen we onder andere met:luisteren naar klanken;klanken herkennen in woorden;de juiste letter bij een klank zoeken;letters lezen met hun klank;en het uitspreken van de klanken.Op die manier ondersteunen luisteren, lezen en spreken elkaar.Wat kun je thuis doen?Wanneer je samen een boekje leest of letters oefent, probeer dan vooral de klank van de letter te gebruiken.Dus liever:/m//s//f//k//p/dan:emesefkaapeeDe letternamen zijn natuurlijk ook belangrijk. Kinderen hebben ze later nodig voor het spellen van woorden, het alfabet en het benoemen van letters.Maar tijdens het leren lezen én bij de behandeling van een ernstige spraakstoornis helpt het om eerst een sterke koppeling te maken tussen de letter en de klank.Tot slotEen letter is een symbool voor een klank. Hoe directer een kind die relatie leert, hoe minder onnodige stappen het hoeft te maken.Daarom werken logopedisten bij kinderen met een ernstige spraakstoornis meestal met letterklanken. Dat sluit aan bij het leren lezen én ondersteunt de ontwikkeling van een duidelijk en stabiel klanksysteem.

13 juli 2026
OMFT op vakantie: Zo houd je het oefenen vol én leuk!

OMFT op va­kan­tie: Zo houd je het oe­fe­nen vol én leuk!

De zomervakantie staat weer voor de deur. De koffers worden gepakt en het normale ritme vliegt even lekker overboord. Maar eh... hoe zit het eigenlijk met de OMFT-oefeningen? Die vertrouwde oefenmap ligt thuis op de keukentafel te verstoffen, en de motivatie om op een Spaans terrasje logopedie-oefeningen te gaan doen is begrijpelijkerwijs ver te zoeken.Bij Praatjuf horen wij elk jaar rond de vakantieperiode dezelfde zorg: 'Help, hoe houden we dit vol op de camping?’ Misschien herken je het wel. Net voordat de vakantie begint, vraag je je af of alle vooruitgang straks weer verdwijnt.Geen paniek! Vakantie is om te ontspannen, ook voor de mondspieren. Gelukkig hoeft OMFT (oro-myofunctionele therapie) op vakantie helemaal niet lastig of saai te zijn. Met een beetje creativiteit maak je van de zomerse snackmomenten juist één grote, onzichtbare oefensessie.OMFT-oefeningen tijdens zomerse eetmomentenBinnen de OMFT is het aanleren van de juiste tongpositie tijdens het slikken (de tong gaat omhoog tegen het gehemelte, niet tegen of tussen de tanden) een van de belangrijkste doelen. En laat de zomer nou vól zitten met perfect oefenmateriaal. Je kind moet immers tóch eten en drinken, dus waarom maken we er geen spelletje van?De Watermeloen-Challenge: Watermeloen is dé ultieme zomersnack, maar door het sap ook een flinke uitdaging voor de tong. Daag je kind uit: kun je een hap meloen eten, het sap verzamelen en doorslikken met de tong op de goede plek, zónder dat er sap langs je lippen ontsnapt? Daarbij oefent je kind ongemerkt de lipsluiting en een gecontroleerde slikbeweging.De Smeltende IJsjes-Truc: Een waterijsje of een bolletje ijs smelt snel. Dit vraagt om snel en efficiënt slikwerk. Laat je kind het ijs niet ‘afbijten’, maar herinner ze eraan om de tongspier het werk te laten doen. Tijdens het slikken oefent je kind de tongpositie die tijdens de behandeling is aangeleerd.De 'Franse Terras' Oefening: Of je nu aan een stokbroodje in Frankrijk knabbelt of aan een maïskolf op de barbecue thuis: stevig voedsel is fantastisch voor de kauwspieren. Let er tijdens het eten gezellig samen op dat er gekauwd wordt met de mond dicht en dat de geleerde stappen goed worden uitgevoerd.OMFT-oefeningen onderweg: oefenen in de auto of het vliegtuigDe reis naar de vakantiebestemming kan lang duren. Ideaal om de tijd te doden met dit 'geheime' OMFT-spelletje. Het grote voordeel? Niemand om jullie heen ziet dat jullie aan het oefenen zijn.Het Geheime Woord: Spreek met het hele gezin een geheim woord af, bijvoorbeeld "File", "Palmboom" of "Zon". Telkens als iemand dit woord hardop zegt, moet iedereen (ja, ook papa en mama!) direct checken: is mijn mond dicht? Adem ik door mijn neus? En rust mijn tong netjes tegen het gehemelte?Hoeveel oefenen is genoeg tijdens de vakantie?Het allerbelangrijkste doel van de vakantie is natuurlijk: genieten en uitrusten. Maak van het oefenen dus absoluut geen strijd. Onze gouden regel voor de zomerperiode is: beter drie keer per dag 1 minuutje spelenderwijs oefenen tijdens het eten, dan één keer per week een gefrustreerde sessie van een kwartier.Door de oefeningen te koppelen aan dagelijkse zomermomenten (zoals het eten van een ijsje of fruit), blijft het automatisme erin zitten zonder dat het voelt als 'huiswerk'. Overleg altijd met je eigen logopedist welke oefeningen tijdens de vakantie belangrijk blijven.Vakantie draait om samen genieten. En soms zit een waardevol oefenmoment juist verstopt in een hap watermeloen, een ijsje of een gezellig etentje op de camping. Stap voor stap blijft je kind werken aan nieuwe gewoontes, zonder dat het als oefenen hoeft te voelen.Namens het hele team van Praatjuf wensen we jullie een fantastische, zonnige en ontspannen zomervakantie toe! Benieuwd naar meer informatie over OMFT? Neem een kijkje op onze OMFT pagina: OMFT

01 juli 2026
Waarom leren we kinderen letters als klanken en niet als letternamen?

Waar­om leren we kin­de­ren let­ters als klan­ken en niet als let­ter­na­men?

"Mijn kind kent het hele alfabet al, dus lezen zal vast snel komen."Dat horen we als logopedisten regelmatig van ouders. En eerlijk gezegd is het ook heel begrijpelijk dat u dat denkt. Als een kind alle letters kan opnoemen, voelt dat als een grote stap richting lezen.Toch blijkt in de praktijk vaak dat het kennen van het alfabet niet automatisch betekent dat een kind ook kan lezen. Sommige kinderen kennen alle letters uit hun hoofd, maar lopen toch vast zodra ze een eerste woordje moeten ontcijferen.Hoe komt dat?Het antwoord zit in het verschil tussen letternamen en letterklanken.Lezen begint met luisteren naar klankenVoordat kinderen leren lezen, leren ze luisteren naar de klanken in woorden. Logopedisten en leerkrachten noemen dit ook wel fonemisch bewustzijn: het besef dat woorden zijn opgebouwd uit losse klanken.Wanneer een kind het woord maan leest, gebeurt er eigenlijk iets bijzonders. Het kind ziet drie letters en koppelt deze aan drie klanken:/m/ – /aa/ – /n/Vervolgens voegt het deze klanken samen tot één woord:maanDat proces noemen we de klank-tekenkoppeling. Het is een van de belangrijkste bouwstenen voor leren lezen.Waarom gebruiken we letterklanken?Veel volwassenen noemen letters automatisch bij hun naam. De letter m wordt dan "em" en de letter s wordt "es".Voor beginnende lezers maakt dat het lezen echter ingewikkelder.Kijk maar eens naar het woord maan.Met letterklanken wordt dat:/m/ – /aa/ – /n/Dat klinkt bijna direct als maan.Met letternamen wordt hetzelfde woord:em – aa – enVoor een kind is het veel moeilijker om daar het woord maan in te herkennen.Hetzelfde gebeurt bij het woord bus.Met letterklanken:/b/ – /u/ – /s/ → busMet letternamen:bee – u – esDat klinkt ineens heel anders dan het woord dat op papier staat.Geen wonder dat sommige kinderen hiervan in de war raken.Wat zien we vaak in de praktijk?In de praktijk zien we regelmatig kinderen die trots het hele alfabet kunnen opzeggen. Ouders zijn daar terecht trots op.Toch merken we soms dat hetzelfde kind moeite heeft met het lezen van eenvoudige woorden zoals maan, kat of vis.Dat betekent niet dat er iets misgaat.Het laat vooral zien dat het kennen van letternamen iets anders is dan begrijpen welke klank bij een letter hoort.Voor lezen zijn juist die letterklanken onmisbaar.Een puzzel van klankenU kunt leren lezen vergelijken met het maken van een puzzel.Elke klank vormt een puzzelstukje.Bij het woord kat zijn dat:/k/ – /a/ – /t/Deze stukjes passen precies in elkaar en vormen samen het woord kat.Wanneer een kind vooral de letternamen gebruikt, krijgt het te maken met:kaa – aa – teeDat zijn grotere puzzelstukken die minder goed op elkaar aansluiten. Het kost daardoor meer tijd en moeite om het woord te herkennen.Elke klank telt.Hoe beter een kind deze puzzelstukjes leert herkennen en combineren, hoe gemakkelijker lezen wordt.Letterklanken helpen ook bij spellenDe klank-tekenkoppeling speelt niet alleen een belangrijke rol bij lezen, maar ook bij spellen.Neem het woord vis.Een kind hoort:/v/ – /i/ – /s/Vervolgens zoekt het de letters die bij deze klanken horen en schrijft het woord op.Lezen en spellen zijn eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille.Bij lezen zet een kind letters om in klanken.Bij spellen zet een kind klanken om in letters.Daarom vormt een sterke letter-klankkoppeling een belangrijke basis voor beide vaardigheden.Waarom lukt lezen soms nog niet terwijl een kind alle letters kent?Dat kan best verwarrend zijn voor ouders.Misschien kent uw kind alle letters van het alfabet uit het hoofd, maar blijft het lezen toch moeizaam gaan. Veel ouders vragen zich dan af hoe dat mogelijk is.Vaak zien we dat een kind de letternamen goed beheerst, maar nog onvoldoende weet welke klank bij iedere letter hoort.Sommige kinderen proberen bijvoorbeeld het woord bot te lezen als:"bee-oo-tee"Dat laat zien dat zij de letters herkennen, maar de stap naar de bijbehorende klanken nog niet automatisch maken.En juist die stap is nodig om woorden vloeiend te leren lezen.Leren kinderen de letternamen dan helemaal niet?Zeker wel.Kinderen leren uiteindelijk zowel de letterklanken als de letternamen.De letternamen zijn handig wanneer kinderen:het alfabet opzeggennamen spellenletters benoemen in de klaswoorden spellen voor iemand andersTijdens het aanvankelijk leesonderwijs krijgen de letterklanken echter bewust voorrang. Binnen het Nederlandse leesonderwijs staat de klank-tekenkoppeling centraal, omdat deze vaardigheid een belangrijke basis vormt voor technisch lezen en spellen.Wat kunt u thuis doen?Wilt u thuis oefenen met letters?Dan helpt het om vooral de klanken te gebruiken.Zeg daarom liever:/m/ in plaats van "em"/s/ in plaats van "es"/f/ in plaats van "ef"/b/ in plaats van "bee"Zo sluit u aan bij wat kinderen op school leren en versterkt u de klank-tekenkoppeling.U hoeft daarbij geen lange oefensessies te doen. Korte speelse momenten zijn vaak al voldoende. Denk bijvoorbeeld aan letters aanwijzen in een boek, op verpakkingen of onderweg tijdens een wandeling.Stap voor stap groeien in taal.SamenvattingHoewel het kennen van het alfabet een mooie mijlpaal is, vormen letterklanken de echte basis voor leren lezen en spellen.Kinderen leren lezen door letters te koppelen aan klanken en deze vervolgens samen te voegen tot woorden. Daarom krijgen letterklanken in groep 3 en binnen de logopedie vaak voorrang op letternamen.Kent uw kind alle letters maar blijft lezen lastig? Dan betekent dit niet automatisch dat er een probleem is. Vaak is de volgende stap het versterken van de klank-tekenkoppeling en het oefenen met het samenvoegen van klanken.Groeien in taal begint vaak met iets heel kleins: één letter, één klank en uiteindelijk één woord.

26 juni 2026
Heb ik iets verkeerd gedaan?

Heb ik iets ver­keerd ge­daan?

Het is een vraag die ouders zelden letterlijk stellen.Veel vaker gaat het over schermtijd. Over voorlezen. Over tweetaligheid. Of over dat moment waarop ze misschien eerder aan de bel hadden moeten trekken.Maar achter veel van die vragen schuilt dezelfde zorg:Heb ik iets gemist? Had ik iets anders moeten doen? Heb ik hier invloed op gehad?Als logopedisten horen we deze vragen regelmatig. Niet altijd in precies deze woorden, maar wel in de twijfels die ouders uitspreken wanneer hun kind moeite heeft met spreken, taal of communicatie.Soms na een onderzoek. Soms tijdens een evaluatie. En soms juist tussen neus en lippen door."Misschien had ik eerder hulp moeten zoeken.""Misschien hebben we iets over het hoofd gezien.""Misschien heb ik niet genoeg gedaan."Dat zijn geen uitzonderingen. Het zijn gedachten die veel ouders herkennen.En eerlijk gezegd is dat niet zo vreemd.Als je kind ergens tegenaan loopt, wil je begrijpen waarom. Je wilt weten waar het vandaan komt en vooral wat je kunt doen om te helpen. Omdat ouders hun kind vaak het beste kennen, zoeken ze de verklaring regelmatig eerst bij zichzelf.Misschien had ik meer moeten voorlezen.Misschien hadden we thuis beter één taal kunnen spreken.Misschien had ik eerder hulp moeten zoeken.Deze gedachten ontstaan meestal niet uit onverschilligheid.Integendeel.Ze ontstaan juist omdat je betrokken bent.Omdat je om je kind geeft.Omdat je wilt helpen.In de praktijk zien we dat ouders vaak terugkijken op eerdere keuzes zodra er zorgen ontstaan over de spraak- of taalontwikkeling van hun kind. Dat is een heel menselijke reactie. Ons brein zoekt graag naar verklaringen wanneer iets niet loopt zoals verwacht.Tegelijkertijd weten we dat taalontwikkeling veel complexer is dan één keuze of één gebeurtenis.De ontwikkeling van taal wordt beïnvloed door een samenspel van factoren. Denk aan aanleg, gezondheid, gehoor, interactie met anderen, de omgeving waarin een kind opgroeit en de unieke manier waarop een kind zich ontwikkelt. Geen twee kinderen volgen precies hetzelfde pad.Natuurlijk spelen dagelijkse interacties een belangrijke rol. Samen praten, spelen, zingen en voorlezen ondersteunen de taalontwikkeling. Elke klank telt. Elke interactie telt.Maar dat betekent niet dat ouders die ontwikkeling volledig kunnen sturen.Kinderen ontwikkelen zich niet volgens een vast draaiboek.Sommige kinderen praten vroeg.Andere kinderen nemen meer tijd.Sommige kinderen hebben extra ondersteuning nodig.En soms is er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen voor de moeilijkheden die zij ervaren.Ook binnen de logopedie zien we dat er zelden één eenvoudige verklaring bestaat voor een vertraagde spraak- of taalontwikkeling. Vaak gaat het om een combinatie van factoren die elkaar beïnvloeden.Dat betekent niet dat ouders nooit achteraf denken: had ik eerder iets kunnen doen?Die gedachte mag er zijn.Maar ook als je vandaag dingen anders zou aanpakken met de kennis die je nu hebt, betekent dat niet automatisch dat je toen tekort bent geschoten.Je handelde op basis van wat je toen wist.Op basis van wat je toen zag.Op basis van wat je toen begreep.En misschien is dat precies waarom zoveel ouders vastlopen in deze vraag.Omdat ze blijven zoeken naar een oorzaak in het verleden, terwijl hun kind hen vooral nodig heeft in het heden.Misschien is daarom een andere vraag behulpzamer.Niet:"Heb ik iets verkeerd gedaan?"Maar:"Wat heeft mijn kind nu nodig?"Die vraag verandert vaak meer dan ouders verwachten.De aandacht verschuift van schuld naar mogelijkheden.Van twijfel naar richting.Van terugkijken naar vooruitkijken.Soms heeft een kind behoefte aan meer tijd.Soms aan extra ondersteuning.Soms aan onderzoek.Soms aan begeleiding.En soms vooral aan ouders die blijven luisteren, blijven kijken en vertrouwen blijven houden in de ontwikkeling van hun kind.Want kinderen hebben geen perfecte ouders nodig.Ze hebben ouders nodig die beschikbaar zijn.Die vragen durven stellen.Die hulp zoeken als dat nodig is.En die naast hen blijven staan, ook wanneer het even anders loopt dan verwacht.Uiteindelijk wordt de ontwikkeling van een kind niet bepaald door één perfecte keuze.Maar door alle kleine momenten van aandacht, betrokkenheid en verbinding die zich dag na dag opstapelen.Daar begint groei.Stap voor stap.

15 juni 2026
Adem je fit: Waarom neusademhaling de sleutel is tot een gezond leven (voor groot en klein)

Adem je fit: Waar­om neus­adem­ha­ling de sleu­tel is tot een ge­zond leven (voor groot en klein)

Kijk eens om je heen, of sta eens stil bij jezelf op dit moment. Is je mond gesloten en adem je rustig door je neus? Of merk je dat je lippen licht geopend zijn en dat de lucht via je mond naar binnen stroomt?Mondademhaling lijkt een onschuldige gewoonte. Het kind dat met de mond open gefocust naar de tablet kijkt, of de volwassene die ’s ochtends steevast wakker wordt met een droge mond en een slaperig gevoel. Veel mensen merken het pas als iemand hen erop wijst. Dat is heel begrijpelijk, want mondademhaling valt vaak minder op dan je denkt. Toch is mondademhaling allesbehalve onschuldig. Het is een verborgen veroorzaker van vermoeidheid, keelklachten en zelfs een veranderde stand van de tanden en het gezicht.Binnen de logopedie hebben we een gouden regel: vorm volgt functie. Hoe jij je mond- en tongspieren gebruikt, bepaalt letterlijk hoe je gezicht en gebit zich vormen. In dit artikel leggen we uit waarom de overstap naar neusademhaling een wereld van verschil maakt voor jong en oud.Waarom de neus wint (en de mond verliest)Biologisch gezien is de regel simpel: de neus is om te ademen, de mond is om te eten en te praten.Wanneer we door de neus ademen, gebeurt er eigenlijk van alles tegelijk. De neus filtert bacteriën en stofdeeltjes, bevochtigt de lucht en warmt deze op tot lichaamstemperatuur. Daarnaast helpt neusademhaling je lichaam om zuurstof efficiënter op te nemen. Dat ondersteunt je energie, herstel en weerstand.Adem je door de mond? Dan sla je dit hele filtersysteem over. De longen krijgen koude, droge en ongefilterde lucht binnen. Dit heeft direct impact op drie grote pijlers van onze gezondheid:1. Gezondheid en weerstand: Vaker ziek en keelklachtenOmdat de mond de lucht niet filtert, krijgen bacteriën en virussen vrij spel.Bij kinderen: De amandelen moeten keihard werken om alle binnenvliegende bacteriën tegen te houden. Ze raken sneller vergroot en ontstoken, wat leidt tot chronische verkoudheden en oorontstekingen.Bij volwassenen: Het resultaat is vaak een chronisch droge mond, sneller last van tandvleesontstekingen, een slechte adem en een kriebelhoest die maar niet weggaat.2. Slaapkwaliteit: Wakker worden met een achterstandWanneer je met je mond open slaapt, zakt je onderkaak naar achteren. Hierdoor wordt de luchtweg in je keel een stuk smaller. Je lichaam moet fysiek harder werken om adem te halen, waardoor je onbewust in een lichte 'stress-modus' slaat tijdens je slaap.Het kind bereikt hierdoor niet de diepe, herstellende slaapfase. Dit kan zich overdag uiten in concentratieproblemen op school, wiebelig of druk gedrag of juist extreme hangerigheid.De volwassene start de dag vaak al met 'brain fog' (een wattig gevoel in het hoofd), hoofdpijn en een gebrek aan energie, ondanks dat ze gevoelsmatig lang genoeg hebben geslapen.3. Gezichts- en gebitsontwikkeling: De impact op het uiterlijkDit is misschien wel het meest verrassende gevolg. Chronische mondademhaling verandert de stand van de spieren in het gezicht. Normaal gesproken rust de tong tegen het gehemelte, wat zorgt voor een mooie, brede groei van de bovenkaak. Bij mondademhaling hangt de tong onderin de mond.Bij opgroeiende kinderen: De bovenkaak groeit hierdoor smaller en de tanden krijgen te weinig ruimte. Het gezicht ontwikkelt zich vaak langwerpiger en smaller, met een subtiel terugwijkende kin en slappe lipspieren.Bij volwassenen: De stand van het gezicht staat al vast, maar mondademhaling zorgt hier vaak voor kaakklemmen, tandenknarsen en chronische nek- en schouderklachten door een verkeerde hoofdhouding.De Checklist: Herken jij de signalen?Soms heb je niet eens door dat jij of je kind door de mond ademt. Let eens op de volgende signalen:Signalen bij kinderenSignalen bij volwassenen• De mond staat vaak open in rust (bijv. tijdens tv-kijken of tablet-tijd)• Wakker worden met een droge mond, dorst of een slechte adem• Hoorbaar, zwaar of snel ademen overdag• Chronisch snurken of onrustig slapen (veel woelen en draaien)• Donkere kringen of wallen onder de ogen (ondanks voldoende slaap)• Overdag vaak vermoeid, futloos, hoofdpijn of last van 'brain fog'• Vaak verkouden, terugkerende keel- of oorontstekingen• Snel buiten adem zijn bij lichte inspanning of tijdens het praten• Slappe lipspanning (moeite om de lippen ontspannen te sluiten)• Kaken klemmen, tandenknarsen of chronische nek- en schouderklachtenDe oplossing: Hoe helpt de logopedist van Praatjuf?Het goede nieuws? Mondademhaling is een gewoonte, en gewoontes kun je doorbreken! Zodra eventuele medische blokkades (zoals een allergie of vergrote neusamandel) zijn uitgesloten of behandeld, kan de logopedist helpen om de neusademhaling weer de baas te worden.Gelukkig kun je mondademhaling vaak stap voor stap veranderen. Met de juiste begeleiding leren kinderen én volwassenen opnieuw vertrouwen op hun neusademhaling.Hoewel de stand van je kaken als volwassene vaststaat, zijn de spieren eromheen dat niét. Je kunt je lip- en tongspieren op elke leeftijd trainen om in rust de juiste positie aan te nemen, waardoor klachten zoals snurken en kaakklemmen drastisch verminderen.Binnen Praatjuf maken we hiervoor gebruik van OMFT (Oromyofunctionele Therapie). Dit is een specialistische, maar heel praktische oefentherapie die de spieren in en om de mond weer in balans brengt.Onze logopedisten trainen spelenderwijs (bij kinderen) of met gerichte oefeningen (bij volwassenen) om:De lipspieren weer sterk te maken, zodat de mond vanzelf sluit.De juiste rustpositie van de tong aan te leren.De switch te maken naar een automatische, gezonde neusademhaling. Zowel overdag als 's nachts.Geef je gezondheid weer luchtOf het nu gaat om de gezonde groei van het gezicht van je kind, of om je eigen energie en nachtrust weer terug te krijgen: ademen door je neus is de basis van je vitaliteit.Elke ademhaling is een kleine stap richting meer energie, een betere nachtrust en een gezonde ontwikkeling. Soms begint een groot verschil met iets heel kleins: je mond sluiten en je neus het werk laten doen.Herken je de signalen uit de checklist? Blijf er niet mee lopen. De logopedisten van Praatjuf en Praatcoach kijken en denken graag met je mee en helpen jou of je kind weer op weg naar een gezonde ademhaling.Benieuwd naar meer informatie over OMFT? Neem een kijkje op onze OMFT pagina: OMFT

10 juni 2026
Waarom stuurt de tandarts je kind naar de logopedist?

Waar­om stuurt de tand­arts je kind naar de lo­go­pe­dist?

“Je kind heeft waarschijnlijk baat bij logopedie.”Voor veel ouders komt die opmerking van de tandarts onverwacht. Zeker wanneer een kind nog jong is en misschien nog helemaal geen beugel heeft. Vaak ontstaat dan direct verwarring:“Maar mijn kind praat toch goed?” Of: “De tanden staan nog niet eens scheef — waarom nu al logopedie?”Toch verwijzen tandartsen kinderen steeds vaker al op jonge leeftijd door. Niet omdat er direct een groot probleem is, maar juist om problemen later te helpen voorkomen. Steeds meer tandartsen kijken namelijk verder dan de tanden alleen; ze kijken naar de manier waarop een kind ademt, slikt en de mondspieren gebruikt. Want juist in die dagelijkse functies ligt vaak de oorzaak van latere gebitsproblemen.Krachten in de mond: de invloed op het gebitVeel ouders denken dat scheve tanden vooral een kwestie van erfelijkheid zijn. Dat speelt zeker een rol, maar de ontwikkeling van de kaken en tanden wordt minstens zoveel beïnvloed door dagelijkse mondgewoonten.De tong, lippen en wangen oefenen namelijk voortdurend druk uit op het gebit. Normaal gesproken rust de tong netjes tegen het gehemelte en verloopt slikken zonder dat de tong tegen de tanden duwt. Bij sommige kinderen ontwikkelt zich echter een afwijkende mondfunctie. Dit zijn gewoonten van de mondspieren die de groei van het gebit ongemerkt kunnen beïnvloeden.Denk hierbij aan:Een tong die in rust of tijdens het slikken telkens tegen of tussen de tanden duwt.Ademen door de mond (in plaats van de neus).Een open mondhouding in rust.Langdurig duimen of speengebruik.Slappe lipspieren, waardoor de mond snel openvalt.Deze gewoonten gebeuren onbewust en de hele dag door. Juist die constante, lichte druk van de spieren beïnvloedt langzaam maar zeker de richting waarin de tanden en kaken groeien.Waarom de tandarts er tegenwoordig vroeg bij isVroeger werd er vaak pas actie ondernomen als het gebit al scheef stond en er een beugel nodig was. Tegenwoordig groeit het besef dat het veel effectiever is om de oorzaak bij de bron aan te pakken.Omdat de tandarts je kind al vanaf jonge leeftijd regelmatig ziet, vallen vroege signalen van een afwijkende mondfunctie snel op. Denk aan tanden die subtiel naar voren gaan staan, een mond die vaak openstaat, of spanning in de spieren rondom de mond. Door júíst nu al te verwijzen naar de logopedist — nog vóór een eventueel beugeltraject — krijgt het gebit de kans om zich vanaf de basis gezond te ontwikkelen.Een beugel zet tanden recht, logopedie pakt de oorzaak aanWanneer tanden scheef groeien, denken we meteen aan een beugel. Een beugel kan tanden prachtig rechtzetten, maar verandert niets aan de manier waarop de spieren in de mond functioneren.Een mens slikt honderden tot duizenden keren per dag. Als de tong bij elke slikbeweging hard tegen de tanden blijft duwen, blijft die spierkracht ook ná de beugelbehandeling aanwezig. Het gevolg? Zodra de beugel eruit is, drukt de tong de tanden langzaam weer terug in hun oude, scheve stand.Daarom werken tandartsen, orthodontisten en logopedisten steeds vaker nauw samen:De tandarts of orthodontist corrigeert de stand van de tanden en kaken.De logopedist traint de functie van de mondspieren, de tongrustpositie en de ademhaling.Deze combinatie zorgt voor een stabiel resultaat waar je kind nog jarenlang profijt van heeft.Wat doet een logopedist precies?Bij deze vorm van logopedie ligt de focus dus niet op spraak of taal, maar op het trainen van de mondspieren. Binnen de logopedie noemen we deze specialisatie OMFT (oro-myofunctionele therapie): een mooie term voor het in balans brengen van alle spieren in en rond de mond. Binnen onze praktijk werken logopedisten die gespecialiseerd zijn in OMFT.De logopedist onderzoekt eerst hoe de tong, lippen en ademhaling samenwerken. Daarna wordt er een gericht behandelplan opgesteld om afwijkende gewoonten stap voor stap te doorbreken.Kinderen leren onder andere:De tong in rust automatisch op de juiste plek (tegen het gehemelte) te houden.Op een gezonde manier te slikken, zonder druk op de tanden.Rustig en consequent door de neus te ademen.De lipsluiting te versterken.Het uiteindelijke doel is dat deze gezonde patronen een automatisme worden. Omdat je kind nog in de groei is, kunnen de spieren de groei van de kaak nu nog positief sturen.De rol van ouders: intensief, maar slim in te passenLaten we hier heel eerlijk in zijn: een afwijkende mondfunctie veranderen is een kwestie van lange adem. Oude gewoonten zitten diep ingesleten in het spiergeheugen van je kind. Een logopedist kan de techniek uitleggen tijdens de behandelsessie, maar het échte werk gebeurt thuis. Dit vraagt om dagelijkse herhaling over een langere periode.Mondgewoonten veranderen kost tijd. Zeker in een druk gezinsleven kan dat soms voelen als ‘nog iets erbij’. Toch merken veel ouders dat kleine momenten op de dag uiteindelijk het grootste verschil maken. Het geheim zit hem in het combineren met bestaande routines.Veel oefeningen worden namelijk direct gekoppeld aan dingen die je kind sowieso al doet:Tijdens de maaltijden: Oefenen met de juiste tongpositie tijdens het doorslikken van een hap avondeten of een boterham.Tijdens ontspanningsmomenten: Letten op de lipsluiting of neusademhaling tijdens het tv-kijken of voorlezen.Eten en ontspannen doet je kind toch al elke dag; daar hoef je dus geen extra tijd voor vrij te maken. De logopedist helpt je bovendien met handige tips om dit thuis positief en zonder strijd aan te pakken.Natuurlijk zijn er ook specifieke oefeningen die er tijdelijk 'bij' komen en even een paar minuten aparte aandacht vragen. Maar het overgrote deel van de training is heel natuurlijk in de dag in te passen. Het vraagt dus niet zozeer om een lege agenda, maar vooral om herhaling, aandacht en kleine vaste momenten in de dag.Samen werken aan een gezonde basis voor laterWanneer een tandarts je kind verwijst naar de logopedist, is dat een bewuste keuze voor een gezonde basis. Het is een investering die zichzelf dubbel en dwars terugbetaalt. Door stap voor stap nieuwe gewoonten aan te leren, help je voorkomen dat je kind later langdurige, intensieve of herhaalde beugeltrajecten moet ondergaan.Samen met de logopedist werk je aan een stabiele, sterke mondfunctie en een gezond gebit voor de toekomst.Goed om te weten: vergoeding en duurVolledig vergoed: Logopedie voor kinderen tot 18 jaar zit in het basispakket van de zorgverzekering en wordt dus volledig vergoed. Omdat het om een kind gaat, kost het je ook geen eigen risico.Hoe lang duurt het? De duur van het traject hangt erg af van hoe snel je kind de nieuwe gewoonten oppikt. De logopedist kan na de intake meestal een goede inschatting geven van het aantal behandelingen.Wanneer starten? Omdat ingesleten gewoonten tijd nodig hebben om te veranderen, is het slim om niet te lang te wachten met het maken van een afspraak. Mocht je agenda de komende weken écht overvol zitten, overleg dan gerust met de logopedist wat een logisch startmoment is.Benieuwd naar meer informatie? Neem een kijkje op onze OMFT pagina: OMFT 

02 juni 2026
De keukentafel zonder druk: waarom oefenen ook anders kan

De keu­ken­ta­fel zon­der druk: waar­om oe­fe­nen ook an­ders kan

Je zit op de bank. Het is eindelijk stil in huis.En daar ligt het mapje nog op tafel.Misschien kijk je er even naar… en denk je: vandaag is het er weer niet van gekomen.Dat gevoel kennen veel ouders.Niet omdat je het niet belangrijk vindt.Maar omdat je dag al vol zat voordat hij begon.En ergens wringt dat.Want je wilt het goed doen voor je kind.Maar wat als oefenen niet iets extra’s hoeft te zijn?Oefenen hoeft geen apart moment te zijnVeel ouders denken dat ze echt moeten gaan zitten.Rustig. Aan tafel. Met volle aandacht.Maar laten we eerlijk zijn: dat moment is er niet altijd.En als oefenen voelt als “iets dat nog moet”, wordt het zwaar.Voor jou. En vaak ook voor je kind.Binnen de logopedie kijken we daarom anders.Niet: hoe maak je tijd vrij?Maar: hoe laat je taal terugkomen in wat je al doet?Kleine momenten maken het verschilTaalontwikkeling draait om herhaling.Maar die herhaling zit juist in de kleine dingen.Verspreid over de dag.In gewone, dagelijkse momenten.Bijvoorbeeld:Tijdens het aankleden zeg je één woord nét iets duidelijker: “schoen”Aan tafel herhaal je een woord rustig: “boterham”Tijdens het spelen doe je een woord even langzaam voorHet zijn korte momenten. Soms maar een paar seconden.Maar juist die herhaling, op verschillende momenten, helpt je kind om klanken te herkennen en zelf te gebruiken.Elke klank telt.Gebaseerd op interne datasetinformatie zie je in de praktijk dat kinderen juist in deze dagelijkse situaties makkelijker nieuwe klanken oppakken en gaan gebruiken. Twijfel hoort erbijMisschien vraag je je af: doe ik wel genoeg?Die vraag is heel herkenbaar.En vaak is het antwoord: ja — als je deze kleine momenten regelmatig laat terugkomen.Niet perfect.Niet lang.Maar wel steeds een beetje.Tien seconden hier.Twintig seconden daar.Dat is hoe taal groeit.Stap voor stap groeien in taal.Wat je vaak merktOefenen voelt minder als moeten.Je kind haakt makkelijker aan.En er ontstaat meer rust in huis.En misschien wel het belangrijkste:je blijft in contact met elkaar.Want taal leert een kind niet alleen door te oefenen.Maar vooral door samen te beleven, te proberen en te herhalen.Aan het eind van de dag ligt dat mapje er misschien nog steeds.Maar het vertelt dan een ander verhaal.Niet van wat niet gelukt is.Maar van de kleine momenten die er wél waren.En precies daar begint groei.

12 mei 2026
De iPad en taalontwikkeling: wat helpt echt?

De iPad en taal­ont­wik­ke­ling: wat helpt echt?

Het is 17:15 uur. Je bent moe. De dag zat vol werk, regelwerk en ‘aanstaan’. Je kind vraagt om de iPad en jij verlangt even naar rust om te koken zonder strijd.Dus je geeft het scherm.Niet omdat je geen zin hebt. Maar omdat je even lucht nodig hebt.Veel ouders doen dit zo. Je bent echt niet de enige.En toch knaagt er soms iets.Je kijkt naar je kind en denkt: helpt dit eigenlijk wel voor zijn taal?Die twijfel is heel begrijpelijk.Waarom een app niet hetzelfde is als pratenVeel ouders kiezen bewust voor ‘educatieve’ apps. Logisch. Je wilt je kind helpen, ook als je zelf weinig tijd hebt.En ja, apps kunnen iets bijdragen.Ze laten woorden horen, beelden zien en kunnen interesse wekken.Maar taalontwikkeling draait om meer dan woorden herkennen.Taal groeit in contact.In het kijken naar elkaar, reageren, even wachten, en opnieuw proberen.In de logopedie noemen we dit ook wel beurtgedrag: het heen-en-weer in communicatie waarin een kind leert dat zijn reactie ertoe doet.Een scherm reageert altijd hetzelfde.Een mens niet.En juist dat verschil maakt uit.Het verschil tussen horen en gebruikenStel: je kind ziet een vogel op de iPad en hoort “vogel”.Dat is een begin.Maar taal ontwikkelt zich verder wanneer er verbinding ontstaat.Bijvoorbeeld als jij zegt:“Kijk, die vogel vliegt. Net als die duif vanmorgen bij de winkel.”Dan gebeurt er iets extra’s:je koppelt woorden aan ervaringenje geeft betekenisje lokt taal uitIn de praktijk zien we vaak dit verschil:kinderen die veel kijken herkennen woorden prima, maar hebben meer moeite om zelf iets te zeggen. Pas wanneer er interactie ontstaat, zie je dat taal echt op gang komt.Wanneer ouders actief meedoen, zien we meestal meer vooruitgang en motivatie bij kinderen. Betekent dit dat de iPad ‘slecht’ is?Nee.Het hoeft geen alles-of-niets verhaal te zijn.De iPad kan een hulpmiddel zijn.En soms is het gewoon nodig.Je hoeft het dus niet perfect te doen.Taalontwikkeling groeit stap voor stap, juist in de kleine momenten die je wél hebt.5 onverwachte manieren om méér taal uit schermtijd te halen1. Laat bewust een stilte vallenGa even naast je kind zitten en kijk mee… maar zeg niets.Wacht.Vaak gebeurt er dan iets kleins:je kind kijkt naar je, wijst of zegt iets.Dán reageer je.Zo ontstaat communicatie zoals die bedoeld is:initiatief → reactie → opnieuw proberen.2. Doe expres iets ‘verkeerd’Zeg iets wat niet klopt bij wat je ziet:“Die koe zegt miauw!”Je kind gaat je verbeteren.En ineens is het geen kijken meer, maar reageren.Je gebruikt nieuwsgierigheid als ingang voor actieve taal.3. Doorbreek het patroon van de appApps zijn voorspelbaar. Dat maakt kinderen passief.Verander dat:zet het geluid even uitpauzeer midden in een momentEn vraag:“Wat denk jij dat er nu gebeurt?”Je kind moet nu zelf woorden zoeken en zinnen vormen.4. Reageer groter dan normaalLaat meer emotie zien dan je gewend bent.“Wacht eens even… die auto vliegt?!”Door je reactie uit te vergroten, maak je het moment interessanter.Kinderen reageren sneller als iets hen verrast of laat lachen.Emotie helpt om taal uit te lokken.5. Kom er later op terug (dit maakt het verschil)De meeste winst zit niet tijdens het schermmoment, maar erna.Zeg later op de dag:“Die vogel van net… waar ging die ook alweer heen?”Je kind moet nu:herinnerenwoorden ophalenopnieuw vertellenEn precies daar groeit taal verder.De kernJe kind leert niet alleen van wat het ziet en hoort.Het leert vooral van wat er tussen jullie gebeurt.En dat zit vaak in kleine momenten.Een blik.Een reactie.Een korte zin.Niet perfect.Wel van grote waarde.

05 mei 2026
Twijfel over het taalniveau in groep 4? Zo krijg je weer grip

Twij­fel over het taal­ni­veau in groep 4? Zo krijg je weer grip

Beste leerkracht,Je zit nog even na in een lege klas.En je denkt aan die ene leerling.Je merkt het al langer: het taalniveau lijkt niet helemaal te passen bij de leeftijd.Een opdracht wordt nét anders uitgevoerd.Nieuwe woorden blijven niet hangen.En dan komt de vraag:zie ik dit goed?Die twijfel is heel herkenbaar.En belangrijker nog: hij zegt vaak al iets.In de praktijk zien we dat juist dit soort signalen — kleine misverstanden, moeite met abstracte woorden — vaak wijzen op een hapering in het taalbegrip of de woordenschatontwikkeling.Twijfel betekent dus niet dat er meteen iets mis is.Maar wel dat het waardevol is om beter te kijken.Gelukkig hoeft dat niet ingewikkeld te zijn.1. Kijk naar wat er al gebeurt in je klasTijdens je lessen zie je dagelijks hoe een kind met taal omgaat.Bijvoorbeeld:een leerling die het woord “oorzaak” hoort, maar niet goed weet wat ermee bedoeld wordt.Of een kind dat een instructie uitvoert, maar een stap overslaat.Dat zijn geen losse momenten.Dat zijn signalen.Door ze kort te noteren, maak je ze zichtbaar.Bijvoorbeeld:“heeft moeite met begrijpen van abstracte begrippen”of“voert opdrachten deels uit na klassikale instructie”2. Maak je observaties concreet en toetsbaarJe gevoel is een goed startpunt.Maar je helpt jezelf verder door het concreet te maken.Stel jezelf vragen als:“Past dit bij de leeftijd?”“Zie ik dit vaker terug?”Zo ontstaat er een duidelijker beeld van de taalontwikkeling.En dat maakt het verschil tussen een vermoeden en een onderbouwde observatie.3. Deel wat je ziet – dat geeft richtingWanneer je je observaties deelt, verandert het gesprek.Met een IB’er.Met ouders.In plaats van:“Ik heb het idee dat…”zeg je:“Ik zie dat hij moeite heeft met woorden zoals ‘oorzaak’ en ‘gevolg’, en dat heeft invloed op het begrijpen van instructies.”Dat maakt het concreet.En helpt om samen de juiste volgende stap te bepalen.In de praktijk merken we dat dit soort gerichte observaties vaak sneller leiden tot passende ondersteuning — juist omdat iedereen hetzelfde beeld heeft.Je hoeft het niet alleen te doen.Taalontwikkeling volg je samen.En door stil te staan bij wat je al ziet, ontstaat er iets belangrijks:rust, overzicht en richting.Stap voor stap.Zoals taalontwikkeling ook verloopt.

28 april 2026
De kracht van herhaling: waarom je kind dingen 100 keer zegt

De kracht van her­ha­ling: waar­om je kind din­gen 100 keer zegt

“Papa kijk!”“Papa kijk!”“Papa kijk!”Je hoort het. En nog een keer.En nog een keer.Of dat ene boekje… dat je inmiddels bijna woord voor woord kent.Soms voelt het alsof je kind blijft hangen. Alsof het niet verder komt.Maar juist hier gebeurt iets heel belangrijks.Herhaling is hoe je kind leertVoor een kind is herhaling geen toeval. Het is oefenen.Binnen de logopedie weten we dat herhaling een belangrijke basis is voor taalontwikkeling. Door woorden en zinnen steeds opnieuw te horen en te gebruiken, worden ze als het ware opgeslagen en versterkt in het brein.Wat eerst nog zoeken is, wordt langzaam vanzelfsprekend.Wat er achter de schermen gebeurtAan de buitenkant lijkt er weinig te veranderen.Maar van binnen gebeurt er veel.Je kind:slaat woorden op in het geheugenoefent klanken steeds nauwkeurigerleert hoe zinnen zijn opgebouwdkoppelt woorden aan betekenisDoor herhaling worden woorden en klanken steeds meer geautomatiseerd. Dat betekent dat je kind ze uiteindelijk zonder nadenken kan gebruiken.In de praktijk zie ik vaak dat kinderen een woord eerst heel vaak herhalen, voordat ze het ineens spontaan in een nieuwe zin gebruiken.En dat is precies het moment waarop je merkt: er is iets gegroeid.Waarom het soms vermoeiend isEn ja… voor jou als ouder kan het best veel zijn.Nog een keer dat boekje.Nog een keer dezelfde vraag.Nog een keer “kijk dan!”Als je merkt dat je aandacht even wegzakt, is dat heel normaal.Je hoeft het niet perfect te doen om je kind goed te helpen.Zo kun je herhaling benutten (zonder extra druk)Kleine aanpassingen maken al verschil:Breid een beetje uit“Ja, dat is een auto.” → “Ja, een rode auto.”Voeg een korte zin toe“De auto rijdt hard.”Stel een eenvoudige vraag“Waar gaat hij naartoe?”Zo geef je nét iets meer taal mee, zonder dat het als oefenen voelt.Wat herhaling je kind nog meer geeftHerhaling geeft vertrouwen.Je kind weet wat er komt.Voelt zich zeker.Durft opnieuw te proberen.En juist vanuit die veiligheid ontstaat groei.Niet in één keer.Maar stap voor stap.Elke klank telt.

13 april 2026
Broers en zussen in therapie: hoe samen spelen helpt bij de ontwikkeling

Broers en zus­sen in the­ra­pie: hoe samen spe­len helpt bij de ont­wik­ke­ling

Wanneer één kind logopedie volgt, draait het thuis vaak om oefenen, luisteren en herhalen. Maar wat veel ouders vergeten: broers en zussen kunnen een grote rol spelen in de taalontwikkeling. Niet alleen als speelkameraad, maar ook als natuurlijke motivator. Deze dynamiek kun je als ouder op een speelse manier benutten, zonder dat het therapie lijkt.Kinderen leren veel via interactie met leeftijdsgenoten. Ouder-geïnitieerde taalstimulering in dagelijkse routines vergroot de transfer naar spontaan spreken.De kracht van voorbeeldgedragKinderen leren van kinderen. Een oudere broer die duidelijk praat, helpt vanzelf bij het aanleren van klanken en zinsstructuren. Een jonger zusje dat enthousiast reageert, moedigt aan om langer te praten. In logopedische termen noemen we dat modelling: het kind hoort goede taal, herkent het ritme van een gesprek en probeert het na te doen.Praktische tip: laat broers of zussen regelmatig meepraten tijdens een spelletje. Zinnen als “zeg jij het woord ook eens” of “ik hoor de s-klank” maken het luchtig en leerzaam tegelijk.Samen spelen is samen lerenSpel is de natuurlijke taal van kinderen. Wanneer broers en zussen samen spelen, oefenen ze ongemerkt beurtgedrag, luisteren, reageren en nieuwe woorden. In therapie zien we vaak dat de interactie tussen kinderen spontaner en minder corrigerend is dan tussen ouder en kind. Dat verlaagt de druk en verhoogt het plezier.Kies spelvormen met veel herhaling en taal, zoals bouwen, rollenspellen of memory met woorden die passen bij de therapiedoelen. Laat het kind dat logopedie krijgt de ‘leider’ zijn. Dat vergroot het zelfvertrouwen.In onze praktijk zien we dat betrokken broers en zussen de stap naar dagelijks, spontaan spreken versnellen.Een broer of zus is geen mini-therapeutHun rol is speels, niet sturend. Als een kind voortdurend wordt verbeterd, verdwijnt het plezier in praten. Benoem liever wat goed gaat: “Wat knap dat jij het zo duidelijk zei.” Geef complimenten aan beiden, de helper én de oefenaar.Maak kleine routines. Vijf minuten samen een klankspel doen of om en om voorlezen is vaak effectiever dan een lange oefensessie.Gezin als oefenomgevingIn gezinnen waar logopedie onderdeel wordt van het dagelijks leven, gaat de vooruitgang sneller. Broers en zussen zorgen voor herhaling in gewone momenten: aan tafel, in de auto of bij het tandenpoetsen. Ook emotioneel helpt het, want het kind voelt zich gesteund in plaats van anders.Geef elk kind een kleine taalrol. De één mag woorden aanwijzen, de ander de zin herhalen. Zo voelt iedereen zich betrokken en wordt oefenen iets wat bij de dag hoort.Wanneer even afstand beter isSoms werkt het samen oefenen niet. Jaloezie of vermoeidheid kunnen de sfeer beïnvloeden. In dat geval is het prima om het kind met therapie even exclusieve tijd met de ouder te geven. De logopedist kan helpen de juiste balans te vinden.Taal leren in verbindingOnderzoek naar sociale interactie in taalontwikkeling laat zien dat kinderen via samenwerking met leeftijdsgenoten sneller taalgedrag automatiseren. De logopedist helpt gezinnen om die natuurlijke momenten van taalstimulering te herkennen en in te passen in het dagelijks leven.Taal leren is geen solowerk. Samen lachen, praten en fouten maken hoort erbij. Want ieder kind leert anders, maar geen enkel kind leert alleen.Drie mini-momenten per dag die werkenAan tafel: woorden benoemen van het eten en elkaar laten radenOnderweg: korte taalspelletjes (“Wat rijmt op boom?”)Voor het slapen: één zin verzinnen over de dag en die samen aanvullenWanneer je logopedist inschakelenAls oefenen met broer of zus stress, ruzie of vermijding oproeptAls vooruitgang stokt ondanks korte, positieve oefenmomentenBij zorgen over verstaanbaarheid of terugval: plan een evaluatieDe voorbeelden zijn geanonimiseerd en bedoeld als algemene informatie. Bespreek met je logopedist wat past bij jullie gezin.

06 april 2026
sluiten

Meld je aan voor onze maandelijkse logopedie oefeningen

Wij zijn aangesloten bij

DTL Proof
Gezondheidscentrum Didam
Gezondheidscentrum Waalsprong
Kiwa
KP
Praatcoach
Praatjuf
NVLF
ParkinsonNet
Unik
Werken bij Praatjuf
x

Heb je een vraag? Bel ons! Bereikbaar van ma t/m vrijdag van 08:30 - 17:00

Praatjuf