Waarom leren we kinderen letters als klanken en niet als letternamen?
"Mijn kind kent het hele alfabet al, dus lezen zal vast snel komen."
Dat horen we als logopedisten regelmatig van ouders. En eerlijk gezegd is het ook heel begrijpelijk dat u dat denkt. Als een kind alle letters kan opnoemen, voelt dat als een grote stap richting lezen.
Toch blijkt in de praktijk vaak dat het kennen van het alfabet niet automatisch betekent dat een kind ook kan lezen. Sommige kinderen kennen alle letters uit hun hoofd, maar lopen toch vast zodra ze een eerste woordje moeten ontcijferen.
Hoe komt dat?
Het antwoord zit in het verschil tussen letternamen en letterklanken.
Lezen begint met luisteren naar klanken
Voordat kinderen leren lezen, leren ze luisteren naar de klanken in woorden. Logopedisten en leerkrachten noemen dit ook wel fonemisch bewustzijn: het besef dat woorden zijn opgebouwd uit losse klanken.
Wanneer een kind het woord maan leest, gebeurt er eigenlijk iets bijzonders. Het kind ziet drie letters en koppelt deze aan drie klanken:
/m/ – /aa/ – /n/
Vervolgens voegt het deze klanken samen tot één woord:
maan
Dat proces noemen we de klank-tekenkoppeling. Het is een van de belangrijkste bouwstenen voor leren lezen.
Waarom gebruiken we letterklanken?
Veel volwassenen noemen letters automatisch bij hun naam. De letter m wordt dan "em" en de letter s wordt "es".
Voor beginnende lezers maakt dat het lezen echter ingewikkelder.
Kijk maar eens naar het woord maan.
Met letterklanken wordt dat:
/m/ – /aa/ – /n/
Dat klinkt bijna direct als maan.
Met letternamen wordt hetzelfde woord:
em – aa – en
Voor een kind is het veel moeilijker om daar het woord maan in te herkennen.
Hetzelfde gebeurt bij het woord bus.
Met letterklanken:
/b/ – /u/ – /s/ → bus
Met letternamen:
bee – u – es
Dat klinkt ineens heel anders dan het woord dat op papier staat.
Geen wonder dat sommige kinderen hiervan in de war raken.
Wat zien we vaak in de praktijk?
In de praktijk zien we regelmatig kinderen die trots het hele alfabet kunnen opzeggen. Ouders zijn daar terecht trots op.
Toch merken we soms dat hetzelfde kind moeite heeft met het lezen van eenvoudige woorden zoals maan, kat of vis.
Dat betekent niet dat er iets misgaat.
Het laat vooral zien dat het kennen van letternamen iets anders is dan begrijpen welke klank bij een letter hoort.
Voor lezen zijn juist die letterklanken onmisbaar.
Een puzzel van klanken
U kunt leren lezen vergelijken met het maken van een puzzel.
Elke klank vormt een puzzelstukje.
Bij het woord kat zijn dat:
/k/ – /a/ – /t/
Deze stukjes passen precies in elkaar en vormen samen het woord kat.
Wanneer een kind vooral de letternamen gebruikt, krijgt het te maken met:
kaa – aa – tee
Dat zijn grotere puzzelstukken die minder goed op elkaar aansluiten. Het kost daardoor meer tijd en moeite om het woord te herkennen.
Elke klank telt.
Hoe beter een kind deze puzzelstukjes leert herkennen en combineren, hoe gemakkelijker lezen wordt.
Letterklanken helpen ook bij spellen
De klank-tekenkoppeling speelt niet alleen een belangrijke rol bij lezen, maar ook bij spellen.
Neem het woord vis.
Een kind hoort:
/v/ – /i/ – /s/
Vervolgens zoekt het de letters die bij deze klanken horen en schrijft het woord op.
Lezen en spellen zijn eigenlijk twee kanten van dezelfde medaille.
Bij lezen zet een kind letters om in klanken.
Bij spellen zet een kind klanken om in letters.
Daarom vormt een sterke letter-klankkoppeling een belangrijke basis voor beide vaardigheden.
Waarom lukt lezen soms nog niet terwijl een kind alle letters kent?
Dat kan best verwarrend zijn voor ouders.
Misschien kent uw kind alle letters van het alfabet uit het hoofd, maar blijft het lezen toch moeizaam gaan. Veel ouders vragen zich dan af hoe dat mogelijk is.
Vaak zien we dat een kind de letternamen goed beheerst, maar nog onvoldoende weet welke klank bij iedere letter hoort.
Sommige kinderen proberen bijvoorbeeld het woord bot te lezen als:
"bee-oo-tee"
Dat laat zien dat zij de letters herkennen, maar de stap naar de bijbehorende klanken nog niet automatisch maken.
En juist die stap is nodig om woorden vloeiend te leren lezen.
Leren kinderen de letternamen dan helemaal niet?
Zeker wel.
Kinderen leren uiteindelijk zowel de letterklanken als de letternamen.
De letternamen zijn handig wanneer kinderen:
- het alfabet opzeggen
- namen spellen
- letters benoemen in de klas
- woorden spellen voor iemand anders
Tijdens het aanvankelijk leesonderwijs krijgen de letterklanken echter bewust voorrang. Binnen het Nederlandse leesonderwijs staat de klank-tekenkoppeling centraal, omdat deze vaardigheid een belangrijke basis vormt voor technisch lezen en spellen.
Wat kunt u thuis doen?
Wilt u thuis oefenen met letters?
Dan helpt het om vooral de klanken te gebruiken.
Zeg daarom liever:
- /m/ in plaats van "em"
- /s/ in plaats van "es"
- /f/ in plaats van "ef"
- /b/ in plaats van "bee"
Zo sluit u aan bij wat kinderen op school leren en versterkt u de klank-tekenkoppeling.
U hoeft daarbij geen lange oefensessies te doen. Korte speelse momenten zijn vaak al voldoende. Denk bijvoorbeeld aan letters aanwijzen in een boek, op verpakkingen of onderweg tijdens een wandeling.
Stap voor stap groeien in taal.
Samenvatting
Hoewel het kennen van het alfabet een mooie mijlpaal is, vormen letterklanken de echte basis voor leren lezen en spellen.
Kinderen leren lezen door letters te koppelen aan klanken en deze vervolgens samen te voegen tot woorden. Daarom krijgen letterklanken in groep 3 en binnen de logopedie vaak voorrang op letternamen.
Kent uw kind alle letters maar blijft lezen lastig? Dan betekent dit niet automatisch dat er een probleem is. Vaak is de volgende stap het versterken van de klank-tekenkoppeling en het oefenen met het samenvoegen van klanken.
Groeien in taal begint vaak met iets heel kleins: één letter, één klank en uiteindelijk één woord.
Wij zijn aangesloten bij
Meld je aan voor onze maandelijkse logopedie oefeningen