Thuis is het net een radio. Alles wordt benoemd, verteld of nagespeeld. Maar op school? Stilte. Een blik, een schouderophaal, misschien een zacht ja of nee. En jij denkt: hoe kan dat?
Kinderen die thuis volop praten maar op school niets durven zeggen, doen dat niet expres. Soms speelt verlegenheid mee. Soms is het een kwestie van tijd. En soms is het meer: een vorm van spreekangst die we selectief mutisme noemen. Een kind wíl praten, maar het lukt gewoon niet – het lijf blokkeert als het spannend voelt.
Bij logopedie gebruiken we signaleringslijsten en oudergesprekken om te ontdekken wat er precies speelt. In de praktijk zien we vaak dat kinderen pas durven praten als ze zélf invloed mogen hebben op het tempo van de stapjes.
Zeg liever: “Ik merk dat je het lastig vindt om op school te praten. Klopt dat?” dan: “Je moet gewoon wat zeggen.” Kinderen voelen zich dan gezien – en dat is stap één.
Een kind hoeft niet meteen in de kring te praten. Begin klein. Laat je kind vooraf één woord afspreken dat het in de kring gaat zeggen. Of oefen samen een manier om naar het bord te wijzen. Alles telt – als het maar veilig voelt.
Speel ‘schooltje’. Laat je kind even de juf zijn. Of samen de klas bedenken. Spel haalt druk weg. En oefening schept veiligheid.
Blijft het zwijgen maandenlang, of belemmert het het leren en het contact? Dan kan begeleiding door een logopedist met ervaring in spreekangst helpen. Liefst samen met school.
Niet een duwtje. Wel een hand.
Niet een oordeel. Wel vertrouwen.
Echt praten lukt pas als je kind zich veilig voelt en die veiligheid bouw je samen, stap voor stap.
En dat begint bij wie luistert, niet bij wie praat.
Meld je aan voor de laatste tips en adviezen dat je gelijk in de praktijk kunt brengen.